Algemene vervoersvoorwaarden

Hier vindt u de algemene vervoersvoorwaarden op basis waarvan u een boeking maakt bij Stena Line.

  1. Definities

    DEEL I - ALGEMENE VOORWAARDEN VAN TOEPASSING OP HET VERVOER VAN PASSAGIERS, HUN BAGAGE EN VOERTUIGEN.

  2. Rechtsregels die het Vervoerscontract beheersen

  3. Omvang van de aansprakelijkheid van de Vervoerder

  4. Aansprakelijkheid van aangestelden en vertegenwoordiger van de Vervoerder

  5. Vervoerskosten

  6. Afwijking der Voorwaarden

  7. Fouten in dienstregelingen, vertragingen en deviaties

  8. Annulering of verandering van diensten en terugbetalingen

  9. Gereserveerde accommodatie, etc

  10. Accommodatie aan boord van de schepen

  11. Het reizen in een hogere accommodatieklasse

  12. Het gebruik van de faciliteiten van de schepen

  13. Vervoer per aangewezen Schip

  14. Passagiers moeten voldoen aan de bevelen van de Kapitein

  15. Algemene bevoegdheden van de Vervoerder of de Kapitein

  16. Bevoegdheden van de Vervoerder of de Kapitein in buitengewone omstandigheden

  17. Weigering tot toelating van een passagier

  18. Gevaarlijke Goederen

  19. Weigering passagiers

  20. Maatregelen tegen passagiers

    DEEL II - SPECIALE VOORWAARDEN VAN TOEPASSING OP HET VERVOER VAN KLEINE HUISDIEREN EN BAGAGE.

  21. Kleine huisdieren

  22. Aan de Vervoerder toevertrouwde bagage

  23. In Ontvangstneming en Aflevering van aan de Vervoerder toevertrouwde bagage

  24. Vervoer van aan de Vervoerder toevertrouwde bagage

  25. Niet opgeëiste aan de Vervoerder toevertrouwde bagage

  26. Douaneonderzoek van bagage

  27. Verloren gegane bagage

    DEEL III - SPECIALE VOORWAARDEN VAN TOEPASSING OP HET VERVOER VAN BEGELEIDE VOERTUIGEN.

  28. Het niet voldoen aan de Voorwaarden t.a.v. gevaarlijke goederen

  29. Oponthoud van voertuigen door de douane of andere autoriteiten

  30. Onmogelijkheid tot aflevering

  31. Toegang tot voertuigen aan boord

  32. Benzine en diesel brandstof die in tanks vervoerd worden

  33. Koolwaterstofgas

  34. Voertuigen die worden vervoerd op of getrokken door andere voertuigen

  35. Vervoer van boten

    DEEL IV - SLOTBEPALINGEN.

  36. Contract beheerst door Nederlands Recht

  37. Interpretatie

  38. Datum van inwerkingtreding en aanpassing

Conventie van Athene, 1974 betreffende het vervoer van passagiers en hun reisgoed over zee.

1. Definities
In deze voorwaarden: betekent
Stena Line
Stena Line BV.

de Vervoerder
en wel degene die het schip beschikbaar stelt, dat de passagiers en/of zijn bagage en/of voertuig vervoert of die bagage en/of het voertuig ter verscheping met een dergelijk schip accepteert.

bagage
colli die zodanige artikelen bevatten als normaal benodigd worden voor persoonlijk gebruik van de passagier en gewoonlijk verpakt worden in handtassen, reistassen, koffers, hoedendozen en dergelijke verpakkingen; golftassen, ski's en dergelijke sportuitrustingen, die met de hand draagbaar zijn, fietsen, kinderwagens en invalidewagens.
Het omvat eveneens colli die monsters of presentie-exemplaren bevatten die door de passagier voor demonstratiedoeleinden gebruikt worden en die in het algemeen omschreven worden als monsters van handelsreizigers, doch het Omvat niet enig artikel dat voor de verkoop bestemd is, of dat ontoelaatbaar is onder enige Douane Wetgeving als bagage, die vervoerd moet worden via de normale vrachtdiensten.

bagage toevertrouwd aan de Vervoerder
bagage zoals bovenstaand omschreven, die aan de Vervoerder wordt toevertrouwd, met het doel om geladen of gelost op of van het schip te worden, teneinde vervoerd te worden met het schip, onbegeleid door de passagier.

voertuig
het motorvoertuig, getrokken caravan of aanhangwagen, motorrijwiel met zijspan, scooter, bromfiets of fiets begeleid door een bestuurder, waarvoor het vervoersbewijs wordt uitgegeven en de gewone noodzakelijk daartoe behorende accessoires (doch het zal niet inhouden enig dergelijk voertuig of accessoires, die vervoerd worden op grond van een bevrachtingsovereenkomst, connossement of ander contract dat voornamelijk betrekking heeft op het goederenvervoer, welke voertuigen en accessoires vervoerd worden op grond van de Vervoersvoorwaarden Hoek van Holland - Harwich van de Vervoerder).

Athene Conventie
de Conventie van Athene 1974 inzake het zeetransport van Passagiers en hun bagage.

DEEL I - ALGEMENE VOORWAARDEN VAN TOEPASSING OP HET VERVOER VAN PASSAGIERS, HUN BAGAGE EN VOERTUIGEN.

2. Rechtsregels die het Vervoerscontract beheersen

  1. Alle biljetten worden uitgegeven en de Vervoerder vervoert passagiers, hun bagage en begeleide voertuigen over zee op de bepalingen en de beperkingen van de conventie van Athene en voorts op de navolgende voorwaarden.
  2. Voor zover enige bepalingen van de Conventie van Athene of van deze Voorwaarden, in strijd zijn met enige dwingende bepaling van de nationale wetgeving die het vervoerscontract beheerst, of van enige andere internationale conventie die op het vervoer van toepassing is, zullen de bepalingen van zulke nationale wetgeving (doch slechts voor zover deze van toepassing is met inachtneming van het in artikel 35 tot en met 38 van deze voorwaarden bepaalde) of van die andere internationale conventie prevaleren.

3. Omvang van de aansprakelijkheid van de Vervoerder
Voor zover de bepalingen van de Conventie van Athene zulks toestaan zijn de overeenkomst en de aansprakelijkheid van de Vervoerder uitsluitend beperkt tot de schepen van de Vervoerder en is de Vervoerder niet aansprakelijk voor enig letsel (zowel dodelijk als ander letsel), verlies, schade, vertraging of oponthoud van of aan een passagier of zijn bagage, bezittingen of voertuig, plaatsvindend buiten de schepen van de Vervoerder of voortvloeiende uit het handelen, nalaten of in gebreke blijven van derden. De Vervoerder is niet aansprakelijk voor het handelen, nalaten of in gebreke blijven van zijn aangestelden of vertegenwoordigers die handelen buiten de hun opgedragen werkzaamheden.

4. Aansprakelijkheid van aangestelden en vertegenwoordigers van de Vervoeder
De Vervoerder bedingt deze voorwaarden zowel voor zichzelf als voor en namens ieder van zijn aangestelden en vertegenwoordigers, en de in ontvangstneming van een reisbiljet door de passagier levert beslissend bewijs op omtrent zijn aanvaarding dat iedere beperking en uitsluiting van aansprakelijkheid ten gunste van de Vervoerder als gevolg van deze voorwaarden zich uitstrekt tot ieder van deze aangestelden of vertegenwoordigers wanneer zij handelen binnen de hun opgedragen werkzaamheden, Waar de betreffende nationale wetgeving zulks toestaat vrijwaart de passagier de Vervoerder tegen elke aanspraak tegen hem ingesteld door derden, voor welke schade dan ook veroorzaakt door dood of letsel van de passagier of voor enig ander verlies, schade, vertraging, verkeerde aflevering, deviatie of oponthoud van welke aard dan ook, geleden met betrekking tot de passagiers, diens bagage, bezittingen of voertuig. Deze vrijwaring geldt voor het bedrag waarmee de aansprakelijkheid van de Vervoerder tegenover de passagier en zodanige derde, de totale aansprakelijkheid van de Vervoerder, tegenover de passagier zoals gesteld in deze voorwaarden, mocht overschrijven.

5. Vervoerskosten
De vervoerskosten zijn inclusief havengelden, doch zijn exclusief douanekosten, accijnzen, belastingen, zegelrecht en andere gebruikelijke bijkomende kosten. Alle boekingen worden door de Vervoerder geaccepteerd op de conditie dat, indien de brandstof of andere kosten van de Vervoerder, stijgen tussen de datum dat de boeking wordt geaccepteerd en de datum van vervoer, de passagier vóór aanvang van het vervoer aan de Vervoerder die som zal betalen, als door de Vervoerder zal worden vastgesteld en die zulke stijging verantwoordt, hetzij met betrekking tot de passagier, zijn bagage of voertuig. De passagier is in zulk een geval gerechtigd de overeenkomst te ontbinden.

6. Afwijking der Voorwaarden
De aangestelden van de Vervoerder zijn niet bevoegd dit contract of een van zijn Voorwaarden nietig te verklaren of te wijzigen.

7. Fouten in dienstregelingen, vertragingen en deviaties
De Vervoerder is niet aansprakelijk voor fouten in enige bekendmaking of dienstregelingen, noch voor het te laat zijn of deviatie van enig schip, noch voor het uitvallen van enige aansluitende dienst al dan niet onder het beheer van de Vervoerder, niettegenstaande dat de aansluitende dienst gepubliceerd of anderszins aangekondigd is.

8. Annulering of verandering van diensten en terugbetalingen

  1. De Vervoerder behoudt zicht het recht voor de vastgestelde afvaart van enig schip te annuleren, te onderbreken, te veranderen of om te leiden wanneer:
    1. het naar zijn mening of naar de mening van de kapitein raadzaam is naar aanleiding van het weer of van enige andere zaak,
    2. en inzonderheid tengevolge van stakingen, werkonderbrekingen, oproeren, tekort of het niet beschikbaar zijn van brandstof of blokkade van de haven.
    3. Terugbetaling van enige passagegelden wordt slechts naar goeddunken van de Vervoerder gedaan.
    4. Geen aanvraag tot terugbetaling wordt in overweging genomen behalve:
      1. wanneer een reisbiljet in het geheel niet gebruikt is;
      2. wanneer, als gevolg van de dood van een passagier (in welk geval een kopie van het overlijdenscertificaat noodzakelijk is), van ziekte of ongeval of van een andere niet te voorkomen oorzaak, een reisbiljet slechts gedeeltelijk gebruikt is;
      3. wanneer de reis opgegeven is vanwege onderbreking van dienst;
      4. wanneer, wegens gebrek aan accommodatie in de klasse waarvoor een reisbiljet afgegeven is, de passagier genoodzaakt is, accommodatie in te nemen in een lagere klasse, mits er op het reisbiljet een aantekening hierover gemaakt is door een daartoe gemachtigde beambte.
      5. De Vervoerder houdt zich het recht voor een bedrag voor administratiekosten in mindering te brengen op het terug te betalen bedrag.
      6. Aanvragen tot terugbetaling in verband met verloren, gestolen of vernietigende reisbiljetten kunnen niet in overweging worden genomen.
      7. In alle gevallen waar een aanvraag tot een terugbetaling wordt beoogd, moeten passagiers een aantekening op hun reisbiljetten door een daartoe gemachtigde beambte verkrijgen, ter plaatse waar verandering in de reis, die gedekt wordt door de oorspronkelijke reisbiljetten, plaats vindt en een zodanige aanvraag tot terugbetaling dient te worden ingediend bij het kantoor van afgifte.
      8. In geen geval wordt de aanvraag tot terugbetaling in overweging genomen, als zij niet is ingediend binnen zes maanden na afloop van de geldigheidsduur van het reisbiljet.

      9. Gereserveerde accommodatie, etc

      1. Indien de Vervoerder de reservering van zitplaatsen, bedden en andere accommodatie op zich neemt, doet hij dit op voorwaarde dat, indien door enige oorzaak welke dan ook, zodanige gereserveerde accommodatie ten tijde van de reis niet beschikbaar is voor de reiziger waarvoor de reservering gemaakt is, de Vervoerder een bedrag dat door de passagier betaald mocht zijn voor zodanige reservering, zal terugbetalen. Hij aanvaardt echter geen enkele verdere of andere aansprakelijkheid voor het in gebreke zijn de gereserveerde accommodatie aan te bieden.
      2. De Vervoerder is gerechtigd de passagier van enige door de passagier gereserveerde zitplaats of bed te doen plaats nemen in een andere zitplaats of bed in dezelfde klasse en van dezelfde prijs.
      3. Een passagier die in het bezit is van een reisbiljet dat hem recht geeft op een bed in een hut, die meer dan één bed bevat, zal geen enkel bezwaar waken tegen het feit dat er meerdere personen van hetzelfde geslacht in die hut ondergebracht worden.
      4. Het onderhoud van de passagier gedurende het vervoer is niet in de passageprijs begrepen.

      10. Accommodatie aan boord van de schepen
      Alle passagegelden worden aangenomen en alle reisbiljetten worden uitgegeven op voorwaarde dat de Vervoerder, indien er niet voldoende accommodatie aan boord van een schip is waarvoor het reisbiljet afgegeven wordt, niet aansprakelijk is voor het in gebreke blijven de passagier te vervoeren met een bepaald schip of in de accommodatieklasse waarvoor het reisbiljet uitgegeven werd. Indien zulke gevallen zich voordoen bij de aanvang van de reis, kunnen passagiers die enkele of retourbiljetten in hun bezit hebben, de prijs die betaald werd voor het ongebruikte gedeelte gerestitueerd krijgen, mits het gehele biljet of het niet gebruikte gedeelte bij de Vervoerder ingeleverd wordt in overeenstemming met Voorwaarde 8.
      Indien er onvoldoende accommodatie aanwezig is van de klasse waarvoor de passagier een reisbiljet heeft, is zo'n passagier niet gerechtigd in een hogere accommodatieklasse te reizen zonder de extra prijs te betalen, tenzij dit door de behoorlijk daartoe gemachtigde aangestelde van de Vervoerder toegestaan wordt.
      Geen enkele andere gebruiker van zulke hogere accommodatie heeft recht op enige restitutie op grond van zulke gegeven toestemming.
      De Vervoerder, zijn aangestelden of vertegenwoordigers zijn in geen enkel geval aansprakelijk tegenover enig persoon voor verlies, schade of ongerief tengevolge van het feit dat passagiers in enige accommodatie vervoerd worden boven het aantal waarin deze accommodatie normaal voorziet.

      11. Het reizen in een hogere accommodatieklasse

      1. Een passagier die een reis of een gedeelte van een reis maakt in enig gedeelte van een Schip, dat van een hogere accommodatieklasse is, dan die waarvoor het uitgegeven reisbiljet geldig is, is gehouden voor zulke reis of gedeelte van de reis het verschil te betalen tussen het reisgeld voor de gebruikte accommodatie en die waarvoor het in het bezit zijnde reisbiljet geldig is.
      2. Een passagier is eveneens gehouden iedere extra prijs te betalen voor het gebruik van welke speciale accommodatie dan ook of het reizen per speciaal schip waarmee reizigers slechts mogen reizen na betaling van zulke extra prijs, indien een dergelijke passagier een reisbiljet in zijn bezit heeft dat hem recht geeft zulke accommodatie te gebruiken of te reizen per zodanig schip.

      12. Het gebruik van de faciliteiten van de schepen
      Passagiers die gebruik maken van de diensten en materialen van de scheepsarts, de stewards, kapper, winkel of ander dienstpersoneel van enig schip, zowel als die gebruik maken van amusements-, gymnastiek-, of zwemuitrusting (indien voorradig), al dan niet in overeenstemming met de voorschriften die van kracht zijn aan boord, doen dit op eigen kosten en risico.

      13. Vervoer per aangewezen Schip
      Stena Line onderhoudt de scheepvaartlijn tussen Hoek van Holland en Harwich en bijgevolg, niettegenstaande het voornemen van deze Vervoerder of de passagier, dat de passagier en/of zijn bagage en/of voertuig zullen worden vervoerd met een met name genoemd schip, gaat de passagier ermee akkoord dat hij en/of zijn bagage en/of zijn voertuig eventueel kunnen worden vervoerd met enig schip dat bovengenoemde diensten uitvoert, zelfs al was het het voornemen van zowel de passagier als de Vervoerder het met name genoemde schip te gebruiken. Een dergelijk vervoer zal het enige vervoer zijn waarvoor de Vervoerder aansprakelijk is.

      14. Passagiers moeten voldoen aan de bevelen van de Kapitein
      Passagiers zijn verplicht zich te schikken naar en zullen voldoen aan alle voorschriften en bevelen die door de Vervoerder of de kapitein gemaakt of gegeven worden met betrekking tot de passagiers en/of hun bagage en/of bezittingen en voertuigen.

      15. Algemene bevoegdheden van de Vervoerder of de Kapitein
      Het schip heeft de vrijheid te varen met of zonder loodsen: te worden gesleept of te slepen en schepen te assisteren in alle situaties: de gebruikelijke of aangekondigde route te verlaten en vóór of tijdens het varen naar of in de richting van de bestemming van de passagiers, een of meerdere malen, in welke volgorde dan ook, door te varen naar, of binnen te lopen, of aan te lopen of te verblijven in welke andere havens of plaatsen dan ook, hoewel deze liggen buiten enige route naar of van of verder dan een dergelijke bestemming: elke in het vaarschema opgenomen haven of aanloophavens over te slaan of erin te wachten of het vertrek van enige dergelijke haven of havens of de haven van inscheping ,te vertragen, of een of meerdere malen terug te keren naar de haven van inscheping of naar elke andere dusdanige haven. Indien in enig stadium van de reis het schip naar de mening van de kapitein en/of de Vervoerder en/of de eigenaar en/of reder van het schip, belet wordt of zal worden door welke oorzaak dan ook door te varen in gebruikelijke koers, zullen zij de vrijheid hebben, doch niet verplicht zijn, op hun kosten maar voor risiko van de passagier, de passagiers, hun bagage, voertuigen of bezittingen over te brengen naar en te vervoeren naar of in de richting van de bestemming, hetzij over land, over water of door de lucht, met welk ander schip of vervoermiddel dan ook, en zal dan niet aan hen toebehorend of rechtstreeks bestemd voor een zodanige bestemming. De Vervoerder behoudt zich het recht voor enig schip of schepen te vervangen, enige afvaardatum te veranderen of enige afvaart te annuleren op elk tijdstip zonder kennisgeving en de route te veranderen wanneer dit naar zijn mening of naar de mening van de kapitein raadzaam is. De passagier heeft geen enkele mogelijkheid tot verhaal vanwege de toepassing van welke bovenvermelde vrijheid dan ook behalve voor een terugbetaling te zijner tijd in overeenstemming met voorwaarde 8.

      16. Bevoegdheden van de Vervoerder of de kapitein in buitengewone omstandigheden
      De Vervoerder zowel als de kapitein heeft de vrijheid te voldoen aan bevelen of instructies betreffende vertrek, aankomst, routes, aanloophavens, aanhoudingen, lossing, bestemming of anderszins, die gege- ven worden door de regering van enig land of door welke persoon dan ook die optreedt met volmacht van een zodanige regering of namens de Verenigde Naties, of door de verzekeraars van het schip of de personen die namens hen optreden. In geval van een werkelijke of dreigende oorlog, oorlogshandelingen, of vijandelijkheden, mag het schip, vóór of nadat het koers gezet heeft naar of in de richting van de bestemmingshaven, zoals de kapitein en/of de Vervoerder en/of de redders van het schip oordeelkundig achten, koers vervolgen van of naar elke haven of havens, niettegenstaande enig daaraan verbonden risiko. De Vervoerder mag ook, met het doel enig dergelijk risico te voorkomen, het vertrek van enigerlei haven of havens een of meerdere malen vertragen naar behoefte en/of in enigerlei bedoelde haven of havens het schip laten wachten en/of de passagiers aan land brengen en de reis beeindigen zonder enige verplichting iets van het reisgeld terug te betalen: hij mag eveneens hun bagage, voertuigen of hun bezittingen op een ander schip overbrengen. Eveneens mag het schip varen met of zonder lichten, met de inachtneming van gewoonten, regels en voorschriften ten aanzien van navigatie, lading of andere die in vredestijd van toepassing zijn, negeren en bewapend of onbewapend varen met of zonder konvooi.

      17. Weigering tot toelating van een passagier
      Indien door enige oorzaak een passagier en/of zijn bagage of voertuig niet aan land mag of enige haven of plaats niet mag binnenkomen, dient de passagier de Vervoerder alle vracht, lasten en kosten te betaIen voor enige dienstverlening of accommodatie in verband hiermee geleverd door of berekend aan de Vervoerder, inclusief alle vervoerskosten, lasten en onkosten in verband met het vervoer van de passagieren/of zijn bagage of voertuig op de terugreis alsmede de bewaring van enigerlei zulke bagage of zulk voertuig in welke haven of plaats dan ook.

      18. Gevaarlijke Goederen
      De Vervoerder zal geen gevaarlijke goederen accepteren voor vervoer met zijn schepen, behalve in bijzondere omstandigheden en op speciale voorwaarden, waarover bijzonderheden kunnen worden verkregen op aanvraag bij de Vervoerder. Ontvlambare goederen (inclusief lucifers) explosieven, bijtende stoffen, geladen vuurwapenen en al dergelijke artikelen die onaanvaardbare risiko's met zich mede kunnen brengen mogen niet in bagage verpakt worden. Iedere passagier die wat voor gevaarlijke goederen dan ook aan boord brengt of tracht te brengen zonder toestemming van de Vervoerder, zal aansprakelijk zijn jegens de Vervoerder en zal deze vrijwaren voor alle aansprakelijkheid, verlies, schade, vertraging, kosten en onkosten, die als gevolg daarvan door de Vervoerder geleden resp. gemaakt mochten zijn. Alle gevaarlijke goederen die gespecificeerd zijn in de "Internationale Maritieme Code voor Gevaarlijke Stoffen", uitgegeven door de "Inter-Gouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie" (IMCO) of die gespecificeerd worden in de nationale wetgeving of voorschriften van de Vervoerder, dienen schriftelijk te worden opgegeven, alvorens zij ter verscheping worden aangeboden en daarenboven dient voorafgaande toestemming te worden verkregen voor het verschepen van al zodanige goederen.

      19. Weigering passagiers
      De kapitein is gerechtigd om passagiers welke zich dusdanig gedragen of zich in een dusdanige staat bevinden, waarbij zij naar verwachting tot last of hinder voor andere passagiers kunnen/zullen zijn, de toegang tot het schip van de Vervoerder te weigeren. Ongeacht of de betrokken passagiers al dan niet in het bezit zijn van een geldig vervoersbewijs.

      20. Maatregelen tegen passagiers
      Indien hiertoe aanleiding bestaat is de kapitein gerechtigd om ten aanzien van een passagier, die door zijn/haar gedrag/gemoedstoestand een gevaar vormt voor de medepassagiers, zodanige maatregelen te treffen als hem met het oog op dat gevaar geraden voorkomt.

      DEEL II - SPECIALE VOORWAARDEN VAN TOEPASSING OP HET VERVOER VAN KLEINE HUISDIEREN EN BAGAGE.

      21. Kleine huisdieren
      Dieren mogen niet worden meegenomen in de passagiers-accommodatie van enig schip. Kooien of kennels worden voor bepaalde huisdieren beschikbaar gesteld en die moeten hierin reizen of in kennels of kooien die door de passagier beschikbaar gesteld worden, in welk geval de kennels of kooien geplaatst moeten worden in het gedeelte van het schip dat normaal voor kleine huisdieren gereserveerd wordt.

      22. Aan de Vervoerder toevertrouwde bagage

      1. Alle aan de Vervoerder toevertrouwde bagage dient voldoende en behoorlijk verpakt te zijn en de Vervoerder zal niet aansprakelijk zijn voor enig gevolg hoe dan ook veroorzaakt, door het in gebreke blijven aan deze bepaling te voldoen. De Vervoerder kan weigeren bagage te accepteren die onvoldoende of onbehoorlijk verpakt is of die duidelijke sporen van schade vertoont.
      2. De Vervoerder kan welke bagage dan ook weigeren te vervoeren, tenzij oude plakbriefjes worden verwijderd en elk stuk door de passagier voorzien wordt van een plakbriefje waarop in duidelijke letters staan:
        1. de naam en het adres van de passagier,
        2. de uiteindelijke bestemming, waarnaar de bagage vervoerd moet worden.

        23. In ontvangstneming en Aflevering van aan de Vervoerder toevertrouwde bagage

        1. De Vervoerder is in geen enkel opzicht aansprakelijk voor de hem als zodanig ten vervoer toevertrouwde bagage, die niet voldoet aan de definitie van bagage in voorwaarde 1, uitgezonderd wanneer bewezen wordt dat de Vervoerder dergelijke artikelen accepteerde in de wetenschap dat zij niet voldeden aan de definitie.
        2. De Vervoerder kan elke aan hem toevertrouwde bagage afleveren aan de aanvrager daartoe tegen zodanig eigendomsbewijs als de Vervoerder redelijk acht, en bij gebrek aan zodanig bewijs mag de Vervoerder weigeren zodanige bagage af te Ieveren en mag hij ze in bewaring houden, geheel voor risiko van de passagier en/of eigenaar. In voorkomend geval is de Vervoerder ontslagen van alle aansprakelijkheid inzake de aflevering van zodanige bagage.

        24. Vervoer van aan de Vervoerder toevertrouwde bagage
        De Vervoerder neemt niet op zich, de aan hem toevertrouwde bagage te vervoeren met of af te leveren van het zelfde schip, als dat waarmee de passagier reist noch die op enige bepaalde tijd op zijn bestemming af te leveren. Zijn verplichting is op grond van deze Voorwaarden het binnen een redelijke tijd af te leveren, en de woorden "vertraging" en "oponthoud" in deze Voorwaarden hebben slechts betrekking op een periode die begint na het verloop van een redelijke afleveringstermijn.

        25. Niet opgeëiste aan de Vervoerder toevertrouwde bagage
        De bepalingen van deze Voorwaarde zijn van toepassing met betrekking tot enigerlei aan de Vervoerder toevertrouwde bagage die onopgeëist blijft bij aankomst op zijn bestemming, nl.:

        1. De bagage kan opgeslagen worden door de Vervoerder in het daartoe strekkende pakhuis tot zij afgehaald wordt en de Vervoerder is gerechtigd een bedrag te rekenen voor dergelijke opslag in overeenstemming met de tarieven van de Vervoerder.
        2. De Vervoerder is niet aansprakelijk voor verlies van of schade aan op die wijze opgeslagen bagage behalve bij bewijs dat deze veroorzaakt werd door de nalatigheid of schuld van de Vervoerder, zijn aangestelden of vertegenwoordigers. Bovendien zal de Vervoerder in geen enkel geval aansprakelijk zijn voor:
          1. verlies of schade te wijten aan brand, ongedierte of insekten,
          2. verlies van of schade aan artikelen van breekbare of bederfelijke aard al dan niet veroorzaakt door de nalatigheid of schuld van de Vervoerder, zijn aangestelden of vertegenwoordigers.
          3. indirecte schade of verlies, dan wel vervolgschade of -verlies,
          4. verlies van of schade aan artikelen die niet aanvaardbaar waren voor vervoer doch die desalniettemin als aan de Vervoerder toevertrouwde bagage verzonden werden.
          5. In gevallen waar de Vervoerder aansprakelijk is voor verlies of schade aan op die wijze opgeslagen bagage zal de aansprakelijkheid van de Vervoerder in ieder geval beperkt zijn tot de beperking Uiteengezet in Artikel 8.3 van de Conventie van Athene.
          6. De Vervoerder mag de inhoud van bagage of colli te allen tijde openen en inspecteren, en mag zonder enige aansprakelijkheid op te lopen elk gedeelte daarvan verwijderen of vernietigen, dat naar zijn mening letsel of ongemak aan personen of schade aan eigendommen zou kunnen veroorzaken.
          7. De Vervoerder mag te allen tijde naar goeddunken (doch zonder enige verplichting dit te doen) enigerlei bederfelijke artikelen die enig collo bevat, verkopen indien hij het raadzaam acht dit te doen teneinde verlies, schade of overlast van welke aard ook te voorkomen en in dat geval kan hij de lasten en onkosten aftrekken van de opbrengst uitverkoop.
          8. Indien enigerlei bagage of artikelen niet afgevoerd zijn binnen drie maanden gerekend van de datum waarop zij in het pakhuis opgenomen zijn, mag de Vervoerder deze verkopen en uit de verkoopopbrengst alle bedragen en alle onkosten, die door hem in verband hiermee gemaakt zijn en die de eigenaar of de passagier hem verschuldigd is, behouden. Bovendien mag de Vervoerder, ingeval hij van mening is dat de waarde van de bagage of artikelen onvoldoende zal zijn om alle gelden die hem verschuldigd zijn en/of de kosten van verkoop te dekken, over deze naar eigen goeddunken beschikken.
          9. De Vervoerder zal een recht van retentie hebben voor zijn lasten en kosten op alle opgeslagen goederen en eveneens voor alle gelden die hem verschuldigd zijn door de eigenaar en/of de passagier uit welken hoofde dan ook. In het geval dat zulke lasten en kosten of gelden niet binnen een redelijke tijd nadat om betaling daarvan verzocht is, betaald zijn, mag de Vervoerder zulke goederen verkopen en de opbrengst gebruiken ter voldoening van al dergelijke lasten en kosten en gelden alsmede van de onkosten van de verkoop.

          26. Douaneonderzoek van bagage
          Passagiers moeten in alle gevallen bij elk onderzoek van hun al of niet aan de Vervoerder toevertrouwde bagage door de douaneautoriteiten persoonlijk aanwezig zijn. De Vervoerder is in geen enkel omstandigheid ooit aansprakelijk voor verlies, schade, verkeerde aflevering, deviatie, vertraging, vasthouden of andere gevolgen hoe dan ook ontstaan door of in verband met het verzuim van de passagier zulks te doen of door zijn in gebreke blijven te voldoen aan de eisen van de douane of andere regeringsautoriteiten.

          27. Verloren gegane bagage
          De Vervoerder zal niet aansprakelijk zijn voor verlies van of schade aan, of verkeerde aflevering, vertraging of oponthoud van enigerlei bagage, artikelen of bezittingen (andere dan niet opgeëiste aan de Vervoerder toevertrouwde bagage) van welke aard (waaronder contant geld, verhandelbare effecten, goud, zilverwerk, juwelen, sieraden, kunstvoorwerpen, elektronische apparatuur of andere kostbaarheden worden gewaardeerd op eigen risico) dan ook en hoe dan ook veroorzaakt, die achtergelaten zijn op de terreinen, in de panden of schepen van de Vervoerder. Alle bagage, artikelen en bezittingen die gevonden worden op de schepen, op de terreinen en in de panden van de Vervoerder worden in de verhouding tussen de vinder en de Vervoerder beschouwd als zijnde in het bezit van de Vervoerder en zij moeten onmiddellijk in bewaring van aangestelden van de Vervoerder gegeven worden. Er wordt een bedrag in rekening gebracht voor de teruggave van enigerlei bagage, artikelen of bezittingen die zo gevonden worden al naar gelang hun type en de periode gedurende welke de vervoerden hen bewaard heeft vóór zij afgeleverd werden. De Vervoerder is evenwel tegenover de Passagier en/of werkelijke eigenaar niet aansprakelijk voor verlies, schade, deviatie, verkeerde aflevering, vertraging of oponthoud hoe dan ook veroorzaakt (en al dan niet door de nalatigheid of schuld van de Vervoerder, zijn aangestelden of vertegenwoordigers) aan dergelijke bagage, artikelen of eigendommen, die kunnen ontstaan in verband met de teruggave ervan aan de werkelijke eigenaar. Alle op deze wijze gevonden bagage, artikelen of bezittingen, die door de passagier en/of de werkelijk eigenaar niet binnen drie maanden na achterlating opgeeist zijn, worden beschouwd te zijn afgestaan en zij mogen verkocht of op andere wijze van de hand gedaan worden en de opbrengst van enige dergelijke verkoop zal door de Vervoerder behouden worden. Enigerlei artikelen waarvan ontdekt wordt dat zij van bederfelijke aard zijn of die naar de mening van de Vervoerder behouden worden. Enigerlei artikelen waarvan ontdekt wordt dat zij van bederfelijke aard zijn of die naar de mening van de Vervoerder letsel of ongemak aan personen of schade aan eigendommen zouden kunnen veroorzaken, mogen eerder van de hand gedaan worden.

          DEEL III - SPECIALE VOORWAARDEN VAN TOEPASSING OP HET VERVOER VAN BEGELEIDE VOERTUIGEN.

          28. Het niet voldoen aan de Voorwaarden t.a.v. gevaarlijke goederen
          De eigenaar en/of de Passagier is verantwoordelijk voor en vrijwaart de Vervoerder, zijn aangestelden en vertegenwoordigers tegen alle door hen geleden verlies of schade of tegen hen ingestelde vorderingen, waarvoor de Vervoerder aansprakelijk mocht zijn of worden met betrekking tot letsel (dodelijk of anderszins aan personen of schade aan goederen (met inbegrip van het voertuig), die kunnen voortvloeien uit de acceptatie en/of het vervoer van het voertuig ten opzichte waarvan de onderstaande Voorschriften voor het vervoer van voertuigen die benzine, flessen met koolwaterstofgas of andere goederen bevatten, die in de Internationale Maritieme Code voor Gevaarlijke Stoffen gepubliceerd door de Inter Gouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie (IMCO) vermeld staan, in enigerlei opzicht niet mochten zijn nagekomen.

          29. Oponthoud van voertuigen door de douane of andere autoriteiten
          De Vervoerder en het schip zijn in geen enkel geval aansprakelijk voor enig gevolg dat voortvloeit uit oponthoud op grond van Douane-, Regerings- of andere Plaatselijke Voorschriften. Gedurende zulk oponthoud zal de Vervoerder het voertuig onder zich houden voor rekening en uitsluitend risiko van de passagier en/of eigenaar, daaronder begrepen het risico van verlies, schade of vertraging hoe ook ontstaan.

          30. Onmogelijkheid tot aflevering
          Indien de eigenaar en/of passagier nalaat of weigert het voertuig in ontvangst te nemen, of indien de Vervoerder niet in staat is het voertuig af te leveren als gevolg van het feit dat de eigenaar op passagier nalaat enige verklaring, certificaat of ander dokument in verband daarmede overeenkomstig eventuele Douane-, Regerings- of Plaatselijke Voorschriften of anderszins in de loshaven te verschaffen, heeft de Vervoerder de vrijheid:

          1. het voertuig, indien gelost, opnieuw te verschepen en
          2. het naar de haven van verscheping te retourneren voor rekening van de passagier en/of eigenaar en overeenkomstig deze Voorwaarden.

          31. Toegang tot voertuigen aan boord
          Geen enkele persoon heeft toegang tot enig voertuig nadat het is ingescheept behalve met uitdrukkelijke toestemming van een scheepsofficier en mits hij vergezeld wordt door een bevoegd persoon.

          32. Benzine en dieselbrandstof die in tanks vervoerd worden
          Benzine en dieselbrandstof worden op de navolgende voorwaarden in de tanks van de voertuigen vervoerd:

          1. de tanks mogen niet zo vol zijn dat de mogelijkheid van morsen ontstaat,
          2. de ontsteking dient uitgeschakeld te worden.

          33. Koolwaterstofgas
          Voertuigen mogen een klein aantal flessen vloeibaar koolwaterstofgas voor kampeerdoeleinden vervoeren. Op voorwaarde dat:

          1. de flessen moeten worden aangegeven bij de dienstdoende scheepsofficier,
          2. het maximum aantal flessen dat in enig voertuig vervoerd wordt is 3, behalve in geval van kleine wegwerppatronen die hermetisch gesloten zijnen in een buitenverpakking zitten, in welk geval er tot 12 stuks vervoerd mogen worden,
          3. alle flessen deugdelijk vastgezet worden in het voertuig zodat de scheepsbewegingen weerstaan kunnen worden,
          4. de toevoer op de flessen moet worden afgesloten gedurende de tijd dat het voertuig op het schip is. Alle flessen waarvan vastgesteld wordt dat zij lekken, niet deugdelijk vastgezet zijn of niet deugdelijk aangesloten zijn op een toestel, worden niet voor verscheping geaccepteerd.

          34. Voertuigen die worden vervoerd op of getrokken door andere voertuigen
          Wanneer een voertuig een ander voertuig vervoert, zijn deze Voorwaarden op beiden van toepassing.

          35. Vervoer van boten
          Boten, opblaasbare en andere vaartuigen, hetzij op voertuigen of aanhangwagens vervoerd. moeten voldoen aan de Voorwaarden voor voertuigen die benzine in hun tank en flessen met gas vervoeren Noodsignalen, fakkels en ander vuurwerk moeten bij de dienstdoende scheepsofficier aangegeven worden.

          DEEL IV - SLOTBEPALINGEN.

          36. Contract beheerst door Nederlands recht
          Indien op alle aspecten van de vervoersovereenkomst, ingevolge overeenkomst tussen de partijen dan wel dwingendrechtelijk, Nederlands recht van toepassing is, zullen vorderingen tegen de Vervoerder voorgelegd worden aan de rechter van de vestigingsplaats van de Vervoerder, onverminderd dwingendrechtelijke regels betreffende de betrekkelijke bevoegdheid van de kantonrechter.

          37. Interpretatie

          1. Een in gebreke blijven van de Vervoerder om enigerlei bepaling van deze Voorwaarden af te dwingen zal niet uitgelegd kunnen worden als een verklaring dat afstand gedaan wordt van een dergelijke bepaling of van het recht van de Vervoerder om deze daarna alsnog af te dwingen noch zal dit het recht van de Vervoerder om enigerlei andere bepaling van deze Voorwaarden af te dwingen beïnvloeden.
          2. De opschriften van de Voorwaarden hierin vermeld zijn slechts gemakshalve opgenomen en mogen niet zó worden uitgelegd dat zij een gedeelte van de Voorwaarden vormen of dat zij de in de Voorwaarden behandelde materie op enigerlei wijze beperken of uitbreiden.
          3. Alle bovenstaande Voorwaarden zullen volledig van kracht en effectief zijn en blijven gedurende alle perioden dat de Vervoerder om wat voor reden dan ook onder enigerlei verantwoording is tegenover de passagier of met betrekking tot de bagage of het voertuig van de passagier.

          38. Datum van inwerkingtreding en aanpassing
          De Voorwaarden treden in werking op 1 januari 1993 en kunnen worden aangepast of gewijzigd op elk moment zonder voorafgaande kennisgeving.

          Conventie van Athene, 1974 betreffende het vervoer van passagiers en hun reisgoed over zee
          Opgemaakt te Athene, 13 december 1974.

          Vrije vertaling van de authentieke Engelse tekst.

          Artikel 1 Begripsomschrijvingen
          In dit verdrag worden de volgende uitdrukkingen gebruikt in de hieronder aangeduide betekenis:

            1. 'Vervoerder' betekent een persoon die of voor rekening van wie een vervoersovereenkomst werd afgesloten ongeacht het vervoer in feite door hem werd verricht of door een in de plaats gestelde Vervoerder;
            2. 'In de plaatsgestelde Vervoerder" betekent een persoon, andere dan de Vervoerder, of het nu de eigenaar, de bevrachter of de exploitant van het schip betreft, die geheel of gedeeltelijk het vervoer feitelijk verricht:
            3. 'Vervoersovereenkomst' betekent een overeenkomst gesloten door een Vervoerder of voor zijn rekening, voor het vervoer overzee van een passagier of desgevallend, van een passagier en zijn reisgoed;
            4. 'schip' betekent uitsluitend een zeegaand vaartuig met uitzondering van elk luchtkussenvaartuig;
            5. 'passagier' betekent iedere persoon vervoerd op een schip:
              1. krachtens een vervoersovereenkomst, of
              2. die met de toestemming van de Vervoerder een voertuig of levende dieren begeleidt, waaromtrent een niet onder dit verdrag vallende overeenkomst voor goederenvervoer is gesloten;
              3. 'reisgoed' betekent elk voorwerp of voertuig door de Vervoerder vervoerd krachtens een vervoersovereenkomst met uitzondering van:
                1. goederen of voertuigen vervoerd krachtens een charterpartij, een connossement of een overeenkomst welke hoofdzakelijk het vervoer van goederen betreft, en
                2. levende dieren;
                3. 'hutreisgoed' betekent het reisgoed dat zich in de hut van de passagier bevindt of dat in zijn bezit is of dat hij nog onder zijn hoede of toezicht heeft. Behalve voor de toepassing van paragraaf 8 van dit artikel en van artikel 8 omvat het hutreisgoed het reisgoed dat de passagier in of op zijn voertuig heeft;
                4. 'verlies van of schade aan reisgoed' omvat eveneens het materieel nadeel voortvloeiende uit het feit dat het reisgoed niet binnen een redelijke periode te rekenen vanaf de aankomst van het schip op hetwelk het reisgoed is vervoerd of had moeten worden vervoerd, aan de passagier werd afgeleverd, maar omvat niet de vertragingen voortvloeiende uit arbeidsconflicten;
                5. 'vervoer' heeft betrekking op volgende perioden:
                  1. wat de passagier en zijn hutreisgoed betreft de periode gedurende dewelke de passagier en/of zijn hutreisgoed zich aan boord van het schip bevinden, gedurende het in- en ontschepen en de periode tijdens dewelke de passagier en zijn hutreisgoed te water worden vervoerd van de kade naar het schip of vice versa indien de prijs van dit vervoer begrepen is in deze van het biljet of indien het vaartuig dat voor dit bijkomend vervoer wordt gebruikt door de Vervoerder ter beschikking van de passagier werd gesteld. Het vervoer omvat wat de passagier betreft echter niet de periode tijdens dewelke deze zich in een zeestation of op een kade of ander havenwerk bevindt;
                  2. wat het hutreisgoed betreft, eveneens de periode tijdens dewelke de passagier zich in een zeestation of op een kade of andere havenwerk bevindt als dit reisgoed door de Vervoerder of zijn aangestelde of lasthebber werd overgenomen en nog niet aan de passagier werd terugbezorgd;
                  3. wat ander reisgoed dan hutreisgoed betreft, de periode begrepen tussen het tijdstip waarop de Vervoerder de aangestelde of lasthebber het reisgoed te land of aan boord heeft overgenomen en dat waarop het door de Vervoerder, aangestelde of lasthebber werd teruggegeven;
                  4. 'Internationaal vervoer' betekent elk vervoer waarvan volgens de vervoersovereenkomst de vertrek- en bestemmingsplaats in twee verschillende Staten liggen of in één enkele Staat als volgens de vervoersovereenkomst of het voorzien vaarplan er een tussenliggende aanloophaven in een andere Staat is;
                  5. 'Organisatie' betekent de lntergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie.

                  Artikel 2 Toepassingsgebied
                  1. Dit Verdrag is op elk intemationaal vervoer van toepassing indien:
                    1. het schip de vlag voert van een verdragsluitende Staat of indien het in een dergelijke Staat is geregistreerd, of
                    2. de vervoersovereenkomst in een verdragsluitende Staat werd opgemaakt, of
                    3. volgens de vervoersovereenkomst de vertrek- of bestemmingsplaats gelegen is in een verdragsluitende Staat.
                    4. Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 1 van dit artikel is dit Verdrag niet van toepassing als het vervoer onderworpen is aan een stelsel van burgerlijke aansprakelijkheid voorzien in de bepalingen van elk ander internationaal verdrag betreffende het vervoer van reizigers of reisgoed met een ander vervoermiddel, voor zover deze bepalingen op het zeevervoer moeten worden toegepast.

                    Artikel 3 Aansprakelijkheid van de Vervoerder
                    1. De Vervoerder is aansprakelijk voor het nadeel voortvloeiend uit de dood of letsel en uit het verlies van of schade aan het reisgoed als het feit dat het nadeel heeft veroorzaakt zich heeft voorgedaan tij- dens het vervoeren de Vervoerder of zijn aangestelden of lasthebbers, in het uitoefenen van hun functies daaraan schuld hebben.
                    2. Het bewijs dat het feit welk het nadeel heeft veroorzaakt zich heeft voorgedaan tijdens de reis, alsook de omvang van het nadeel vallen ten laste van de eiser.
                    3. De schuld van de Vervoerder of zijn aangestelden of lasthebbers begaan in het uitoefenen van hun functies wordt vermoed, tenzij het tegendeel wordt bewezen, als de dood of de letsels van de passagier of het verlies van of schade aan hutreisgoed rechtstreeks of onrechtstreeks voortvloeiden uit een schipbreuk, aanvaring, stranding, ontploffing of brand of uit een gebrek van het schip. Met betrekking tot het verlies van of schade aan ander reisgoed wordt een dergelijke schuld vermoed, tenzij het tegendeel wordt bewezen, ongeacht de aard van het feit dat het verlies of de schade heeft veroorzaakt. In alle andere gevallen zal de eiser het bestaan van de schuld moeten bewijzen.

                    Artikel 4 In de plaatsgestelde Vervoerder
                    1. Indien het vervoer geheel of gedeeltelijk aan een in de plaatsgestelde Vervoerder wordt toevertrouwd, blijft de Vervoerder niettemin aansprakelijk voor het volledig vervoer overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag. Bovendien is de in de plaats gesteld Vervoerder, alsook zijn aangestelden en lasthebbers, onderworpen aan de bepalingen van dit Verdrag en kan hij zich erop beroepen voor het gedeelte van het vervoer door hem zelf verwezenlijkt.
                    2. De Vervoerder is met betrekking tot het door de in de plaatsgestelde Vervoerder verwezenlijkt vervoer aansprakelijk voor de handelingen en het niet-handelen van deze laatste, van dezes aangestelden en lasthebbers in het uitoefenen van hun functies.
                    3. Elke bijzondere overeenkomst waarbij de Vervoerder verplichtingen op zich neemt, welke niet bij het Verdrag opgelegd zijn of aan rechten verzaakt welke dit Verdrag hem toekennen zal ten overstaan van de in de plaatsgestelde Vervoerder slechts gevolg hebben als deze laatste daarover uitdrukkelijk en schiftelijk zijn akkoord heeft gegeven.
                    4. Wanneer en in de mate dat de Vervoerder en de in de plaatsgestelde Vervoerder aansprakelijk zijn, is er solidaire aansprakelijkheid.
                    5. De bepalingen van dit artikel tasten geenszins het recht op regresvordering tussen de Vervoerder en de in de plaatsgestelde Vervoerder aan.

                    Artikel 5 Waardevolle voorwerpen
                    De Vervoerder is niet aansprakelijk voor verlies van geld, verhandelbare titels, goud, zilverwaar, juwelen, kleinoden, kunstvoorwerpen of andere waardevolle zaken of van schade daaraan toegebracht, tenzij deze waardevolle voorwerpen bij hem gedeponeerd werden en hij akkoord was om deze veilig te bewaren, in welk geval zijn aansprakelijkheid beperkt is tot het bedrag voorzien in artikel 8, paragraaf 3, tenzij een hogere aansprakelijkheidsgrens overeenkomstig artikel 10, paragraaf 1, in gemeen overleg werd vastgesteld.

                    Artikel 6 Schuld van de passagier
                    Indien de Vervoerder bewijst dat de dood of het letsel van de passagier, het verlies van of de schade aan het reisgoed rechtstreeks of onrechtstreeks te wijten zijn aan de schuld van de paasagier, kan de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, overeenkomstig de bepalingen van zijn nationale wet, de Vervoerder geheel of gedeeltelijk van zijn aansprakelijkheid ontheffen.

                    Artikel 7 Aansprakelijkheidsgrens in geval van letsel
                    1. De aansprakelijkheid van de Vervoerder voor de dood of letsel van een passagier is, in elk geval beperkt tot een bedrag van 18.200 euro per vervoer. Indien de schadevergoeding volgens de wet- geving van de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is gemaakt kan worden vastgelegd in de vorm van een rente, kan het kapitaal van die rente deze limiet niet overschrijden.
                    2. Ongeacht de bepalingen van paragraaf 1 van dit artikel kan de nationale wetgeving van elke Verdragsluitende Staat ten overstaan van Vervoerders die staatonderdanen zijn, een hogere aansprakelijkheidsgrens per capita vastleggen.

                    Artikel 8 Aansprakelijkheidsgrens voor verlies van of schade aan reisgoed
                    1. De aansprakelijkheid van de Vervoerder in geval van verlies van of schade aan hutreisgoed is in elk geval beperkt tot een bedrag van 350 euro per passagier en per vervoer.
                    2. De aansprakelijkheid van de Vervoerder in geval van verlies van of schade aan voertuigen met inbegrip van alle reisgoed vervoerd in of op het voertuig is in elk geval beperkt tot 1.250 euro per voertuig en per vervoer.
                    3. De aansprakelijkheid van de Vervoerder in geval van verlies van of schade aan reisgoed, anders dan bedoeld in paragraaf 1 en 2 van dit artikel is in elk geval beperkt tot 450 euro per passagier en per vervoer.
                    4. De Vervoerder en de passagier kunnen vrijstelling van aansprakelijkheid van de Vervoerder bedingen voor een bedrag van hoogstens 45 euro in geval van schade aan een voertuig en van hoogstens 5 euro per passagier in geval van verlies van of schade aan ander reisgoed. Deze som zal worden afgetrokken van het verlies- of schadebedrag.

                    Artikel 9 Munteenheid en omrekening
                    1. De euro vermeld in het Verdrag wordt beschouwd als een eenheid.
                    2. De bedragen vermeld in artikel 7 en 8 worden omgerekend in de nationale munt van de Staat waartoe de rechtbank behoort bij wie het geding is aanhangig gemaakt op basis van de officiële pariteit van deze munt in verhouding tot de in paragraaf 1 van dit artikel bepaalde eenheid op datum hetzij van de uitspraak hetzij door beide partijen aanvaard. Indien geen officiële pariteit voorhanden is, bepaalt de bevoegde overheid van de betrokken Staat wat ze voor de toepassingen van dit Verdrag als officiële pariteit beschouwt.

                    Artikel 10 Aanvullende bepalingen inzake aansprakelijkheidsgrenzen
                    1. De Vervoerder en de passagiers kunnen uitdrukkelijk en schriftelijk hogere aansprakelijkheidsgrenzen overeenkomen dan deze bij artikelen 7 en 8 bepaald.
                    2. In de aansprakelijkheidsgrenzen zijn moratoire interesten en gerechtskosten niet inbegrepen.

                    Artikel 11 Vrijstellingen en limieten ten voordele van aangestelden van de Vervoerder
                    Indien een rechtsvordering wordt ingesteld tegen een aangestelde of laathebber van de Vervoerder of van de in de plaats gestelde Vervoerder wegens in dit Verdrag bedoelde schade kan deze aangestelde of lasthebber, indien hij bewijst dat hij in uitoefening van zijn functie heeft gehandeld, de vrijstellingen en aansprakelijkheidsgrenzen inroepen zoals de Vervoerder of de in de plaatsgestelde Vervoerder dit krachtens dit Verdrag kunnen doen.

                    Arttkel 12 Samenloop van schuldvorderingen
                    1. Als de aansprakelijkheidsgrenzen bepaald in artikelen 7 en 8 in voege zijn, worden ze toegepast op de totale som van de schadeloosstelling welke kan worden verkregen in het raam van alle aansprakelijkheidsvorderingen ingesteld in geval van dood of letsel van een passagier of verlies van of schade aan zijn reisgoed.
                    2. Wat het vervoer door een in de plaats gestelde Vervoerder betreft, kan de totale some van de schadeloosstelling welke kan worden verkregen van de Vervoerder en van de in de plaats gestelde Vervoerder alsook van hun aangestelden en lasthebbers handelend in de uitoefening van hun functies niet hoger zijn dan het bedrag dat de Vervoerder of de in de plaatsgestelde Vervoerder kan ten laste worden gelegde krachtens dit Verdrag, onder voorbehoud dat geen van de vermelde personen aansprakelijk kan worden gesteld voor een hoger bedrag dan de limiet welke voor hem van toepassing is.
                    3. In elk geval waarin een aangestelde of een lasthebber van de Vervoerder of van de in de plaatsgestelde Vervoerder krachtens artikel 11 van dit verdrag zich kan beroepen op de aansprakelijkheidsgrenzen in artikelen 7 en 8 bepaald, kan de totale som van de schadeloosstelling welke kan worden verkregen van de Vervoerder of, desgevallend van de in de plaatsgestelde Vervoerder en van de aangestelde of lasthebber deze limieten niet overschrijden.

                    Artikel 13 Verval van het recht op beperkte aansprakelijkheid
                    1. Het voordeel van aansprakelijkheidsgrenzen bepaald in de artikelen 7 en 8 en in paragraaf 1 van artikel 10 vervalt voor de Vervoerder als er bewezen is dat de schade voortvloeit uit een handeling of niet-handelen van de Vervoerder, hetzij met het inzicht deze schade veroorzaken hetzij uit roekeloosheid en wetend dat deze schade er waarschijnlijk zou uit voortvloeien.
                    2. De aangestelde of de lasthebber van de Vervoerder of van de in de plaats gestelde Vervoerder kan zich niet beroepen op deze aansprakelijkheidsgrenzen indien bewezen is dat de schade voortvloeit uit een handeling of niet-handelen van die aangestelde of laathebber hetzij met het inzicht deze schade te veroorzaken hetzij uit roekeloosheid en wetend dat de schade er waarschijnlijk zou uit voortvloeien.

                    Artikel 14 Grondslag voor de schuldvorderingen
                    Ingeval van dood of letsel van de passagier of van verlies van of schade aan het reisgoed, kan tegen de Vervoerder of de in de plaatsgestelde Vervoerder geen vordering tot schadevergoeding worden ingesteld dan op basis van dit Verdrag.

                    Artikel 15 Kennisgeving van verlies van of schade aan het reisgoed
                    1. De passagier moet aan de Vervoerder of zijn lasthebber schriftelljk kennisgeven:
                      1. ingeval van zichtbare schade aan het reisgoed:
                        1. voor het hutreisgoed, vóór de ontscheping van de passagier of op het tijdstip van het ontschepen;
                        2. voor elk ander reisgoed, vóór of op het tijdstip van het afleveren;
                        3. ingeval van verborgen schade aan het reisgoed of verlies daarvan, binnen 15 dagen volgende op de datum van ontscheping, of van aflevering of de datum waarop die aflevering had moeten plaatsvinden.
                        4. Indien de passagier de bepalingen van dit artikel niet naleeft wordt hij - tenzij het tegendeel wordt bewezen - verondersteld zijn reisgoed in goede staat te hebben ontvangen.
                        5. De schriftelijke kennisgevingen zijn overbodig indien de staat van het reisgoed, bij het in ontvangstnemen ervan, tegensprekelijk werd vastgesteld of onderzocht.

                        Artikel 16 Verjaringstermijn voor vordering tot schade vergoeding
                        1. Elke vordering tot vergoeding van het nadeel voortvloeiende uit de dood of letsel van de passagier, of uit het verlies van of schade aan reisgoed, verjaart na een termijn van twee jaar.
                        2. 2 De verjaringstermijn begint te lopen:
                          1. wat letsel betreft, vanaf de datum van ontscheping van de passagier.
                          2. wat het overlijden tijdens het vervoer betreft, vanaf de datum waarop de passagier had moeten ontschepen en, ingeval van letsel, opgelopen tijdens het vervoer en die de dood van de passagier na zijn ontscheping tot gevolg hebben, vanaf de datum van het overlijden; de verjaringstermijn mag evenwel niet langer zijn dan 3 jaar te rekenen vanaf de datum van ontscheping;
                          3. Wat betreft het verlies van of schade aan het reisgoed, vanaf de ontschepingsdatum of de datum waarop deze had moeten plaatsvinden waarbij de laatste van de twee data in aanmerking wordt genomen.
                          4. De wet van de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is gemaakt bepaalt de redenen voor schorsing en stuiting van de verjaring, maar in geen geval kan een vordering worden ingesteld na verloop van een termijn van 3 jaar te rekenen vanaf de datum van ontscheping van de passagier of vanaf de datum waarop die had moeten plaatsvinden, waarbij de laatste van die twee data in aanmerking wordt genomen.
                          5. Ongeacht de bepalingen van de paragrafen 1,2 en 3 van dit artikel kan de verjaringstermijn worden verlengd ingevolge een verklaring door de Vervoerder afgelegd of een overeenkomst, tussen de partijen afgesloten nadat de schade is voorgevallen. De verklaring en de overeenkomst moeten uit een geschrift blijken.

                          Artikel 17 Bevoegde rechtsmacht
                          1. Een vordering ingesteld overeenkomstig dit Verdrag wordt naar keuze van de eiser aanhangig gemaakt bij één van de hierna opgesomde rechtbanken op voorwaarde dat deze gelegen is in een verdragsluitende Staat:
                            1. de rechtbank van de gewone verblijfplaats of de plaats van de hoofdinrichting van de verweerder;
                            2. de rechtbank van de Staat van de vertrek- of bestemmingsplaats, bepaald in de vervoersovereenkomst;
                            3. de rechtbank van de Staat van de woonplaats of de gewone verblijfplaats van de eiser indien de verweerder aldaar een zetel van activiteit heeft en aan de rechtsmacht van deze Staat is onderworpen;
                            4. een rechtbank van de Staat waarde vervoersovereenkomst is afgesloten, indiende verweerder aldaar een zetel van activiteit heeft en aan de rechtsmacht van deze Staat is onderworpen.
                            5. Na het voorval dat de schade heeft veroorzaakt kunnen de partijen overeenkomen aan welke rechtsmacht of aan welke arbitrage het geschil moet worden onderworpen.

                            Artikel 18 Ongeldigheid van contractuele bepalingen
                            Elk contractueel beding afgesloten vóór het voorval dat de dood of letsel van de passagier of verlies van of schade aan zijn reisgoed heeft veroorzaakt, ertoe strekkende de Vervoerder van zijn aansprakelijkheid ten opzichte van de passagier te ontheffen of om een lagere aansprakelijkheidsgrens dan voorzien in dit Verdrag vast te leggen, met uitzondering van die bepaald in artikel 8, paragraaf 4, of om de bewijslast die op de Vervoerder rust om te keren, of om de in artikel 17, paragraaf 1 voorziene keuze te beperken zal van nul en generlei waarde zijn, maar de nietigheid van deze bepaling zal niet de nietigheid van de vervoersovereenkomst met zich brengen welke onderworpen blijft aan de bepalingen van dit Verdrag.

                            Artikel 19 Andere verdragen betreffende beperking van aansprakelijkheid
                            Dit Verdrag laat onverlet de rechten en verbintenissen van de Vervoerder, de in de plaats gestelde Vervoerder en hun laathebbers of aangestelden voorzien in de internationale Verdragen betreffende de beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaars.

                            Artikel 20 Nucleaire schade
                            Niemand kan volgens dit Verdrag aansprakelijk worden gesteld voor schade voortvloeiend uit een nucleair ongeval:
                            1. indien de exploitant van een nucleaire installatie aansprakelijk is voor dergelijke schade, ofwel krachtens bepalingen van het Verdrag van Parijs van 29 juli1960 betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid op het gebied van atoomenergie, zoals gewijzigd door het aanvullend Protocol van 28 januari 1964, ofwel krachtens het Verdrag van Wenen van 21 mei1963 op de burgerlijke aansprakelijkheid voor nucleaire schade, of
                            2. indien de exploitant van een nucleaire installatie aansprakelijk is voor dergelijke schade krachtens een nationale wetgeving betreffende de aansprakelijkheid voor dergelijke schade, op voorwaarde dat die wetgeving ten overstaan van de personen welke dergelijke schade kunnen ondergaan, in elk opzicht even voordelig is als de Verdragen van Parijs of Wenen.

                            Artikel 21 Commercieel vervoer door rechtspersonen
                            Dit Verdrag is van toepassing op het commercieel vervoer door Staten of andere rechtspersonen van publiek recht, verricht krachtens vervoersovereenkomsten zoals bepaald in artikel 1.